Wat je nodig hebt
- Een smartphone met kompas, hellingsensor en camera — elk toestel van de laatste tien jaar heeft ze
- SatFinder in de browser, voor azimut, elevatie en skew van je locatie
- Steeksleutel voor de mast- en elevatiebouten
- Een tweede persoon bij de televisie die de signaalweergave voorleest — of een telefoongesprek op de speaker
1Wat de telefoon kan — en wat niet
Eerlijk vooraf: een smartphone vervangt geen meter, hij vervangt het gokken. Het kompas van een telefoon zit er meestal twee tot vijf graden naast, de hellingsensor ongeveer één graad. Een schotel van 80 cm heeft een halfwaardebreedte van ruwweg twee graden — de telefoon brengt je dus betrouwbaar in het venster waarin de ontvanger überhaupt een signaal kan tonen.
Wat de telefoon vóór heeft op de meter, is het zicht. Een satfinder zegt hoe sterk een signaal is, maar niet waarom er geen komt. De AR-camera laat je daarentegen vóór de montage zien of er überhaupt vrij zicht op de satelliet is — en dat is de vraag waarop de meeste zelfbouwinstallaties stranden, lang voordat er een hoek verkeerd stond.
De taakverdeling is dus duidelijk: de telefoon neemt locatie, zichtlijn en grove uitrichting voor zijn rekening, de signaalweergave van de ontvanger de laatste tienden van een graad.
2De hoeken voor je locatie berekenen
Voordat je iets aanraakt heb je drie getallen nodig: azimut, dus de windrichting; elevatie, de hoek boven de horizon; en skew, de draaiing van de LNB. Ze hangen alleen af van je coördinaten en de gekozen satelliet.
Het onderscheid tussen geografisch en magnetisch azimut is belangrijk. Berekende waarden zijn geografisch, je telefoonkompas wijst magnetisch. In Midden-Europa zit daar momenteel drie tot zes graden tussen — meer dan de hele speelruimte van een schotel met twee graden trefbreedte. SatFinder geeft beide waarden apart, zodat je niet zelf hoeft om te rekenen.
De tabel laat zien in welk bereik de waarden liggen. Voor je exacte adres rekent de app ze uit zodra je de locatie vrijgeeft of een adres invoert.
| Plaats | Azimut | Elevatie | Skew |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 162,2° | 28,6° | 9,5° |
| Rotterdam | 161,5° | 29,0° | 10,0° |
| Antwerpen | 161,3° | 29,7° | 10,4° |
3Zichtlijn controleren met de AR-camera
Dit is de stap die een meter niet kan en die je in het ergste geval een hele montagedag bespaart. Houd de telefoon op de plek waar de schotel moet komen en open de AR-weergave. Die legt de berekende positie van de satelliet en de boog van de geostationaire baan over het camerabeeld.
Nu zie je meteen wat er tussen jou en de satelliet staat: de gevel van de buren, de spar, het balkon erboven. In Midden-Europa staat een satelliet maar zo'n 30 graden boven de horizon — vlakker dan de meesten verwachten, en daarom volstaat één boom op veertig meter.
Kijk ook of een obstakel er net naast staat. Een tak die nu twee graden naast de zichtlijn zit, staat er over drie jaar middenin — en regen in het blad dempt al eerder.
4Elevatie instellen met de hellingsensor
Voor de elevatie heb je het kompas helemaal niet nodig, alleen de hellingsensor — en die is nauwkeurig genoeg. Leg de telefoon plat tegen de achterkant van de schotel of tegen de beugel, afhankelijk van waar de gradenschaal van jouw schotel op slaat.
Hier loert de fout die de meeste zelfbouwmontages kost: bij een offsetschotel staat de spiegel veel steiler dan de elevatiewaarde doet vermoeden. De offsethoek van de reflector — afhankelijk van het model 20 tot 27 graden — komt bij de elevatie op. Bij 30 graden elevatie en 24 graden offset staat de spiegel dus op 54 graden, niet op 30.
De uitweg is eenvoudig: gebruik de gradenschaal op de beugel, want die heeft de fabrikant al op de elevatie betrokken. Alleen als je de telefoon rechtstreeks tegen de spiegel legt, moet je de offsethoek uit het datablad zelf aftrekken.
5Azimut met het kompas — en langzaam zwenken
Nu het kompas. Ga achter de schotel staan, kijk richting satelliet en zet de mast grofweg op het magnetische azimut. Houd afstand tot metaal en draai één keer langzaam om je as voordat je afleest: springt de aanwijzing daarbij, dan is er een storend veld in de buurt.
Zit de grove richting, draai de mastbeugel dan net zo ver los dat de schotel zwaar draait. Zwenk daarna langzaam — ongeveer één graad per twee seconden. De ontvanger heeft die tijd nodig om een gevonden signaal op te bouwen en te tonen. Wie snel zwenkt, gaat de satelliet voorbij zonder dat de weergave ooit reageert.
Vind je binnen een zwenk van tien graden rond de berekende waarde niets, draai dan niet verder. Dan klopt eerder de elevatie niet, of je zit op de verkeerde satelliet — doorzoeken maakt het alleen erger.
6Fijnafstelling zonder meter
Voor de laatste tienden van een graad heb je terugkoppeling nodig, en die geeft de signaalweergave van je ontvanger. Die staat in het installatie- of antennemenu en toont twee waarden: sterkte en kwaliteit. Voor de fijnafstelling telt alleen de kwaliteit — de sterkte verandert bij het draaien nauwelijks.
Het probleem is de afstand tussen mast en televisie. De klassieke oplossing is een tweede persoon die voorleest. Bijna net zo goed werkt een telefoongesprek op de speaker, of zet de televisie zo dat je hem door het raam ziet. Sommige ontvangers geven daarnaast een toon af waarvan de hoogte met de kwaliteit stijgt — voor dit werk is dat het beste wat er is.
Optimaliseer in de volgorde elevatie, azimut, skew, en draai de bouten na elke stap handvast aan voordat je de volgende waarde aanraakt. Draai op het eind alles goed vast en lees de waarden nog eens af: bij het vastdraaien verschuift een schotel graag precies de graad die je zojuist hebt binnengehaald.
Veelgestelde vragen
Kun je een schotelantenne zonder meter uitrichten?
Ja. Voor het grove uitrichten volstaat een smartphone: kompas voor het azimut, hellingsensor voor de elevatie, camera voor de zichtlijn. De laatste fijnafstelling doe je op de signaalkwaliteit in de weergave van je ontvanger. Een meter is comfortabeler, maar niet nodig.
Hoe nauwkeurig is het kompas in een telefoon?
Meestal twee tot vijf graden. Dat volstaat om in het venster te komen waarin de ontvanger een signaal toont — een schotel van 80 cm heeft zo'n twee graden halfwaardebreedte. Doorslaggevend is de afstand tot metaal: aan een stalen mast zijn twintig graden afwijking mogelijk.
Waarom staat mijn offsetschotel veel steiler dan de berekende elevatie?
Omdat de offsethoek van de reflector erbij komt, afhankelijk van het model 20 tot 27 graden. Bij 30 graden elevatie staat de spiegel dus op ruim 50 graden. De gradenschaal op de beugel is al op de elevatie betrokken — alleen wie rechtstreeks op de spiegel meet, moet de offset zelf aftrekken.
Waarvoor de AR-camera als ik de hoeken al heb?
Omdat de hoeken niets zeggen over de vraag of de weg vrij is. De AR-weergave legt de satellietpositie over het camerabeeld en laat je vóór de montage zien of een boom, een gevel of een balkon in de zichtlijn staat. Een meter kan dat niet — die meldt alleen dat er geen signaal komt.
Moet ik het magnetische of het geografische azimut nemen?
Op het telefoonkompas het magnetische. Berekende waarden zijn geografisch; het verschil bedraagt in Midden-Europa momenteel drie tot zes graden en is daarmee groter dan de trefbreedte van de schotel. SatFinder toont beide waarden apart.
Waarom vind ik geen signaal terwijl het kompas klopt?
Meestal staat de elevatie verkeerd — vaak door de offsethoek. Tweede oorzaak is een obstakel in de zichtlijn, derde een te snelle zwenk: de ontvanger heeft één tot twee seconden nodig om een gevonden signaal te tonen.