Wat je nodig hebt
- Steeksleutel of inbussleutel voor de LNB-klem (meestal 10 mm of 4 mm inbus)
- Een satellietmeter, of een ontvanger die de signaalkwaliteit als getal toont
- De berekende skewwaarde voor je locatie: uit SatFinder of uit de tabel hieronder
- Een tweede persoon die de meter afleest terwijl jij draait
1Wat de skew eigenlijk doet
Een satelliet zendt twee keer zoveel zenders uit als zijn frequentieband eigenlijk toelaat. Polarisatie maakt dat mogelijk: twee pakketten zenders delen dezelfde frequentie, maar hun golven trillen in vlakken die 90° ten opzichte van elkaar gedraaid zijn — horizontaal en verticaal. Op Astra 19,2° Oost zit ruwweg de helft van de zenders op H en de helft op V.
In de LNB zitten twee sondes, eveneens 90° verzet. Elke sonde vangt precies één vlak op. Komt de draaiing van de LNB overeen met die van de binnenkomende golven, dan treft elke sonde zijn eigen vlak schoon. Staat de LNB scheef, dan pikt elke sonde ook een deel van het andere vlak op — dat is geen extra signaal, dat is storing.
De skew is precies die correctie: de draaiing van de LNB waarmee je de sondes op de vlakken van de binnenkomende golven zet.
2Waarom de hoek van je locatie afhangt
De polarisatievlakken zijn bij de satelliet ten opzichte van de evenaar vastgelegd. Jij staat echter noch op de evenaar noch precies op de lengtegraad van de satelliet — en uit die dubbele scheefstand volgt een verdraaiing die voor elke locatie anders uitvalt.
De richting volgt een eenvoudige regel: sta je westelijk van de meridiaan van de satelliet, dan is de hoek positief; oostelijk ervan negatief. Precies op de lengtegraad van de satelliet is de skew nul.
De Lage Landen liggen alle westelijk van 19,2°, dus zijn de waarden overal positief en liggen ze dicht bij elkaar: Amsterdam 9,5°, Rotterdam 10,0°, Antwerpen 10,4°. Over zo'n klein gebied verandert er weinig — pas over honderden kilometers loopt het merkbaar uiteen.
3De waarde voor je eigen locatie vinden
De skew hangt alleen af van je coördinaten en de positie van de satelliet — niet van de schotelmaat, niet van het LNB-type en niet van de ontvanger. Hij verandert dus nooit meer zolang de installatie blijft staan en op dezelfde satelliet gericht is.
De tabel toont azimut, elevatie en skew voor een paar plaatsen. Voor je exacte adres rekent SatFinder alle drie de waarden uit.
| Plaats | Azimut | Elevatie | Skew |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 162,2° | 28,6° | 9,5° |
| Rotterdam | 161,5° | 29,0° | 10,0° |
| Antwerpen | 161,3° | 29,7° | 10,4° |
4Nulstand zoeken en de LNB draaien
Bijna elke LNB-houder heeft een gradenschaal en een nulmarkering. Nul betekent: de aansluiting wijst recht naar beneden en het opschrift van de LNB staat waterpas. Draai de klem net zo ver los dat de LNB met wat weerstand draait — niet verder, anders schiet hij bij het vastzetten weer weg.
Draai naar de berekende waarde en zet de klem weer vast. Heeft je houder geen schaal, dan werkt een stukje tape om de hals van de LNB als markering: bij een hals van 40 mm is 1° ongeveer 0,35 mm omtrek, dus 10° goed 3,5 mm. De tolerantie ligt rond ±2°.
Controleer tot slot of de kabel nog spanningsvrij hangt. Een strak getrokken coaxkabel draait de LNB over maanden langzaam terug.
5Bijregelen op kwaliteit, niet op sterkte
De berekende waarde is het beginpunt, niet het eindpunt. Neem nu een zender op het horizontale vlak en een op het verticale en kijk naar de signaalkwaliteit van allebei.
Draai de LNB in stappen van ongeveer 2° en wacht na elke stap twee tot drie seconden tot de ontvanger is bijgewerkt. De juiste hoek is die waarbij beide vlakken samen het best staan — niet die waarbij er één alleen zijn maximum haalt.
Let daarbij op kwaliteit of SNR, niet op sterkte. De sterktemeting geeft vooral aan hoeveel vermogen er aan de ingang binnenkomt, en dat verandert bij het draaien nauwelijks. Pas de kwaliteit laat zien hoe schoon de ontvanger de data weer uit elkaar kan halen.
6Wat er meestal misgaat
Bij een multifeed-installatie met meerdere LNB's op één beugel geldt de skew voor elke LNB apart. Elke satelliet staat op een andere lengtegraad, dus heeft elke LNB zijn eigen waarde nodig — ze allemaal gelijk draaien is een veelgemaakte fout.
Een monoblock-LNB voor twee dicht bij elkaar liggende posities is daarentegen één onderdeel met vaste inwendige geometrie. Hier draai je de hele behuizing op het gemiddelde van beide posities; fabrikanten geven de juiste waarde in het datablad.
En bij offsetschotels: verwar het niet met de elevatie. De schotel staat veel steiler dan de elevatiewaarde doet vermoeden, omdat de offsethoek erbij komt. De skew heeft daar niets mee te maken — die wordt altijd alleen aan de LNB ingesteld, nooit aan de schotelhouder.
Veelgestelde vragen
Wat is LNB-skew?
De skew is de hoek waarover de LNB in zijn houder wordt gedraaid, zodat de twee ontvangstsondes passen bij de horizontaal en verticaal gepolariseerde golven van de satelliet. Hij hangt alleen af van je coördinaten en de positie van de satelliet.
Welke kant op moet ik de LNB draaien?
Ligt je locatie westelijk van de meridiaan van de satelliet, dan is de draaiing positief; oostelijk ervan negatief. Nederland en België liggen volledig westelijk van Astra 19,2°, dus is de waarde daar altijd positief. De opgave geldt van achteren gezien, kijkend richting satelliet.
Hoeveel graden skew heb ik in Nederland nodig?
Voor Astra 19,2° Oost ligt de waarde rond de 10°: Amsterdam ongeveer 9,5°, Rotterdam 10,0°, Antwerpen 10,4°. Voor je exacte adres rekent SatFinder de waarde uit.
Wat gebeurt er als de skew verkeerd staat?
De signaalsterkte blijft vrijwel gelijk, de signaalkwaliteit daalt. Bij mooi weer merk je dat niet; bij regen of sneeuw vallen eerst de zenders van één polarisatievlak weg. Vanaf ongeveer 10° afwijking wordt het verlies ook bij heldere hemel meetbaar.
Moet ik de skew bij een twin- of quad-LNB anders instellen?
Nee. Twin, quad en octo verschillen alleen in het aantal uitgangen, niet in de inwendige geometrie. De skew is bij alle hetzelfde. Anders ligt het bij multifeed met meerdere losse LNB's — daar heeft elke LNB zijn eigen waarde nodig.
Is er een skewtabel om op te zoeken?
De tabel in stap 3 toont azimut, elevatie en skew voor meerdere plaatsen. Omdat de waarde geleidelijk met de lengtegraad meeloopt, kun je tussen twee plaatsen interpoleren — of hem direct voor je coördinaten laten berekenen, wat nauwkeuriger is dan elke tabel.