Wat je nodig hebt
- De afstandsbediening van de ontvanger — de signaalweergave zit meestal in het installatiemenu
- Een tweede, werkende coaxkabel om tegen te testen
- Striptang en een paar reserve-F-connectoren
- Eventueel een satellietmeter; voor de meeste storingen volstaat de weergave van de ontvanger
1Eerst de weergave lezen — sterkte is geen kwaliteit
Elke ontvanger toont twee balken, en die betekenen iets anders. De signaalsterkte meet in wezen hoeveel vermogen er op de ingang binnenkomt. Die staat al hoog wanneer de LNB alleen maar stroom krijgt en ruist — hij zegt dus vrijwel niets over de vraag of er een satelliet gevonden is.
De signaalkwaliteit, afhankelijk van het apparaat ook SNR of MER genoemd, meet daarentegen hoe schoon de data uit de ruis te halen zijn. Alleen die waarde bepaalt of er beeld is. Voor DVB-S2 heeft een ontvanger ruwweg 8 tot 11 dB nodig; daaronder bevriest het beeld, daarboven loopt het stabiel.
Onthoud het patroon: sterkte hoog, kwaliteit nul betekent bijna altijd dat de schotel de satelliet mist of op de verkeerde staat. Sterkte nul betekent daarentegen dat de verbinding met de LNB onderbroken is — kabel, connector of voedingsspanning.
2De keten van achteren nalopen
Werk van de televisie naar de schotel toe, niet andersom. Eerst de televisie zelf: juiste ingang gekozen, ontvanger echt aan, afstandsbediening op het juiste apparaat? Een verrassend aantal storingen eindigt hier.
Dan de ontvanger: toont die in het menu überhaupt een signaalweergave, of staat hij in de verkeerde ontvangstmodus, DVB-T in plaats van DVB-S? Staan de LNB-frequenties goed, bij een universele LNB 9750 en 10600 MHz? Na een fabrieksreset of een software-update staan die waarden soms weer op de standaard.
Daarna de bekabeling, en pas als laatste de schotel. Eén eenvoudige tegentest scheidt boven van beneden: sluit de ontvanger bij wijze van proef rechtstreeks op de LNB aan, met een korte kabel die je vertrouwt. Komt er dan signaal, dan zit de fout in de vaste bekabeling — niet op het dak.
3F-connectoren en kabel — de meest voorkomende enkele oorzaak
Als satellietontvangst na jaren uitvalt zonder dat iemand iets heeft aangeraakt, ligt het bovengemiddeld vaak aan de buitenconnector. Water trekt in de loop der jaren de F-connector in, het koper corrodeert groen, en de overgangsweerstand loopt zo ver op dat de voedingsspanning inzakt.
Draai de connector bij de LNB los en bekijk hem. De binnenader moet blank en recht zijn en ongeveer 2 mm uit de connector steken — te kort maakt geen contact, te lang drukt tegen de behuizing. Kopergroen, een uitgewaaierde afscherming of één verdwaald draadje tegen de binnenader zijn redenen om een nieuwe connector te zetten.
Controleer ook de kabel zelf. Een te krappe buigradius, een knik van een deurpost of een martersbeet op zolder veranderen de golfimpedantie blijvend. In de metingen ziet dat eruit als slecht weer, alleen dan bij zonneschijn.
4Komt er helemaal geen kwaliteit: staat de uitrichting nog?
Pas als de keten beneden schoon is, loont de gang naar boven. Schotels verstellen zichzelf minder vaak dan gedacht, maar het gebeurt: een storm, een ladder tegen de mast, een mastbeugel die na de eerste winter losliet.
Kijk eerst of de waarden überhaupt nog bij de locatie passen. De tabel toont de streefwaarden voor een paar plaatsen; voor jouw adres rekent SatFinder azimut, elevatie en skew precies uit. Wijkt de schotel meer dan een graad af, dan is dat bij een 80 cm-schotel al het halve trefvenster.
Zoek daarna in kleine stappen. Draai de azimutbouten net zo ver los dat de schotel zwaar draait, en zwenk langzaam — ongeveer één graad per twee seconden. De ontvanger heeft die tijd nodig om een gevonden signaal überhaupt te tonen. Wie snel zwenkt, gaat de satelliet voorbij zonder hem te zien.
| Plaats | Azimut | Elevatie | Skew |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 162,2° | 28,6° | 9,5° |
| Rotterdam | 161,5° | 29,0° | 10,0° |
| Antwerpen | 161,3° | 29,7° | 10,4° |
5Valt het maar soms weg: weer en tijdstip
Uitval die komt en gaat is zelden een defect. Het meest voorkomend is regendemping: waterdruppels slikken de Ku-band, en je ontvangst verliest precies de marge die hij boven de drempel had. Een correct uitgerichte installatie heeft meerdere decibel lucht en doorstaat een bui; een krap uitgerichte valt bij elke regen uit.
Natte sneeuw op de spiegel werkt sterker dan regen, omdat het het oppervlak zelf ontstemt. Een coating helpt weinig — afvegen helpt. Omgekeerd is er twee keer per jaar, rond de equinoxen, zoninterferentie: enkele minuten lang staat de zon precies achter de satelliet en overstemt hem. Dat treft alle kijkers tegelijk en is na een paar minuten voorbij.
Valt je ontvangst al bij lichte motregen weg, dan is de installatie niet stuk maar te krap afgesteld. Dan helpt niet zoeken naar een defect, maar een schone fijnafstelling op signaalkwaliteit.
6Ontbreken er alleen losse zenders
Loopt het meeste maar ontbreken bepaalde programma's, dan is de installatie in de kern in orde. Ontbreekt een hele groep, controleer dan eerst de polarisatie: als alle horizontale zenders weg zijn en de verticale lopen, schakelt de LNB het 18 volt-vlak niet meer door — ofwel levert de voeding het niet, ofwel is de LNB defect.
Ontbreken daarentegen losse zenders zonder herkenbaar patroon, dan is meestal de zenderzoekactie verouderd. Zenders wisselen van transponder, en een zoekactie van twee jaar geleden kent de nieuwe gegevens niet. Opnieuw zoeken met een bijgewerkte transponderlijst is sneller klaar dan welke hardwarediagnose ook.
En als één polarisatievlak alleen zwak is in plaats van helemaal weg, staat vaak de LNB-skew ernaast. Dat treft typisch installaties die iemand op gevoel heeft uitgericht en die sindsdien bij regen als eerste op één vlak afhaken.
Veelgestelde vragen
Waarom vindt mijn tv de satelliet niet?
Meestal ligt het niet aan de schotel. Controleer op volgorde: juiste ingang op de televisie, ontvanger in DVB-S-modus, LNB-frequenties op 9750/10600 MHz, F-connectoren bij LNB en ontvanger vast en droog. Pas als er signaalsterkte is maar de kwaliteit op nul blijft, wijst de schotel werkelijk verkeerd.
Wat is het verschil tussen signaalsterkte en signaalkwaliteit?
Sterkte meet hoeveel vermogen er op de ingang binnenkomt — die staat ook hoog als de LNB alleen ruist. Kwaliteit (SNR) meet hoe schoon de data uit de ruis te halen zijn, en alleen dat bepaalt of er beeld is. Voor DVB-S2 heeft een ontvanger ongeveer 8 tot 11 dB nodig.
Hoe kan ik mijn satellietontvangst testen?
De signaalweergave van de ontvanger volstaat voor bijna alle storingen: die zit in het installatie- of antennemenu en toont sterkte en kwaliteit. Een meter heb je pas nodig als je bij de mast afstelt en het scherm niet kunt zien. Voor de streefwaarden van je locatie rekent SatFinder azimut, elevatie en skew uit.
Waarom heb ik bij regen geen signaal meer?
Regendruppels dempen de Ku-band. Een schoon uitgerichte installatie heeft meerdere decibel marge boven de drempel en doorstaat een bui; valt de ontvangst al bij lichte regen weg, dan is de uitrichting te krap. Dat is geen defect maar een afstelfout.
Alle HD-zenders ontbreken, de rest werkt — hoe komt dat?
Ontbreekt een heel polarisatievlak, dan schakelt de LNB het 18 volt-vlak niet door: ofwel levert de voeding het niet, ofwel is de LNB defect. Ontbreken daarentegen losse zenders zonder patroon, dan is meestal alleen de zenderzoekactie verouderd omdat zenders van transponder wisselden.
Moet ik het dak op?
Alleen als de keten beneden aantoonbaar in orde is. Sluit de ontvanger met een korte, vertrouwde kabel rechtstreeks op de LNB aan: komt er dan signaal, dan zit de fout in de vaste bekabeling en niet in de schotel. In de praktijk bespaart deze test de meeste dakbeklimmingen.